BELOOFD!

Vorige week verkeerde ik in een nostalgische bui. Dat brokje nostalgie deed me deze week ook denken aan de spelletjes die we vroeger speelden in de ouderlijke auto. Het deed me net zozeer nadenken over de snelheid waarmee alles veranderd is en met de ogen knipperen over het feit dat dit alles mogelijk was vroeger.

Bij (lange) autoritten hadden mijn broer en ik de uitdaging om zo lang mogelijk te blijven liggen op de hoedenplank zodra we de autosnelweg verlaten hadden. Voor de autoleken onder ons, de hoedenplank is de plank die de auto van de koffer scheidt en waar men als hoedendrager zijn hoed kwijt kon of andere vestimentaire zaken.

We spreken over het pre-verkeersdrempel-tijdperk of de opkomst ervan. Ze waren hierdoor nog zeldzaam en de uitdager moest het dus vooral hebben van oneffenheden in de weg, bruuske rempartijen en het wildere bochtenwerk. Hiervoor werd dus heel erg hard geijverd bij de chauffeur van dienst. Wanneer de aflossing te lang op zich liet wachten moesten de handen langs het lichaam gehouden worden en mochten deze niet meer gebruikt worden om zich tegen alle zwaartekrachtwetten in op de hoedenplank liggende te houden.

Bovenstaand verhaal is dan wel nostalgisch, qua verkeersveiligheid hebben we in de tussentijd gelukkig zeer verstandige keuzes gemaakt.

Sinds ik mijn rijbewijs gehaald heb is het voor mezelf zeer onnatuurlijk en ondenkbaar om zonder gordel in de auto te kruipen. En maar goed ook, met jaarlijks meer dan 50.000 kilometer op de teller spendeer ik heel wat tijd in het verkeer en maak ik dus ook veel kans op een ongeluk.
Het is van bij het begin een automatisme om mezelf en de kinderen vast te klikken. Dat dit bij de kinderen ook goed ingebakken is illustreert die ene keer dat we vergaten om de oudste meneer vast te klikken. Nog voor het starten van de motor klonk vanop de achterbank: “Hela, niet vertrekken, ik zit nog niet vast!!!”.

Waar we wel wat vragen over hadden is over wanneer welke autostoel nu geschikt was en wanneer er een switch kan gemaakt worden tussen de verschillende oplossingen die er momenteel op de markt zijn.

Ik had het geluk om in het kader van de verkeersveilige campagne BELOOFD!, deze vragen te mogen voorleggen aan verkeersveiligheidsexpert Werner De Dobbeleer, tevens woordvoerder van de Vlaamse Stichting Verkeerskunde, of kortweg VSV.

1 – Wat is belangrijk bij de keuze van een autostoel?

Het allerbelangrijkste is dat het stoeltje is aangepast aan de grootte van het kind – dat je dus met andere woorden je kind niet vastklikt in een stoeltje waar het nog te klein of al te groot voor is. De meeste stoeltjes in de handel worden ingedeeld in gewichtscategorieën, die indeling staat duidelijk vermeld op het oranje label dat je op elk zitje terugvindt. Grosso modo zijn er drie groepen: de babyzitjes (voor kinderen tot 13 kg), de peuter- en kleuterzitjes (voor kinderen tussen 9 en 18 kg) en de verhogingskussens (voor kinderen van 15 tot 36 kg). Als je kind met het hoofd boven de rand van het zitje uitkomt of het maximumgewicht voor het zitje heeft bereikt, is het tijd om over te schakelen naar een groter model. Sommige zitjes vermelden lengte in de plaats van gewicht, maar het principe blijft hetzelfde: gebruik altijd een zitje dat geschikt is voor jouw kind. Ook de veiligheid en het gebruiksgemak zijn van belang. Alle zitjes die in Europa op de markt zijn, voldoen aan de veiligheidsnormen. Maar dat neemt niet weg dat er verschillen zijn van merk tot merk en van model tot model: zo zijn zitjes met Isofix-bevestigingshaken veel gemakkelijker in de auto te installeren dan modellen die je moet bevestigen met de veiligheidsgordel. Dat verkleint het risico op fouten en is dus veiliger. Op de website van Test Aankoop vind je een overzicht van kinderzitjes die recent werden getest.

2 – Zijn er verschillen in veiligheid tussen een Isofix-zitje en een zitje dat met de gordel moet worden bevestigd?

Systemen waarbij je het zitje met de gordel vastmaakt zijn vaak minder gebruiksvriendelijk en nogal omslachtig om te installeren. Bij Isofix klik je het zitje vast op speciale verankeringspunten in de auto, dat is een stuk sneller en eenvoudiger. Sinds 2011 zijn alle nieuwe auto’s voorzien van dergelijke verankeringspunten. Je vindt ze tussen het zitgedeelte en de rugleuning van de zetels, meestal is dat aangegeven met een label op de zetel.

Isofix

3 – Mag een draagmand gebruikt worden om een baby te vervoeren en zo ja, aan welke criteria moet deze voldoen?

Je mag een draagmand of reiswieg gebruiken voor kinderen tot 10 kg, op voorwaarde dat de reiswieg is goedgekeurd voor gebruik in de wagen. Gebruik van een reiswieg is echter niet aan te raden omwille van de veiligheid, een babyzitje dat je tegen de rijrichting in plaatst is veiliger.

4 – Indien het babyzitje vooraan geplaatst wordt, moet de airbag dan uit op de passagiersstoel?

Absoluut! De kracht van een uitklappende airbag kan immers dodelijk zijn voor een klein kind. Plaats daarom nooit een zitje tegen de rijrichting in op een plaats waar een frontale airbag actief is. Dat wordt meestal aangeduid met een sticker:

Airbag

Schakel de airbag uit, of zet het stoeltje achterin de wagen. Een zitje in de rijrichting (bv een peuter- en kleuterzitje, of een verhogingskussen) in combinatie met een frontale airbag kan wel, maar schuif de zetel dan zover mogelijk naar achter zodat de uitklappende airbag het kind niet vol in het gezicht kan treffen.

5 – Wanneer maak je best de switch van een babyzitje naar een peuter-/kleuterzitje (autostoel)?

Wanneer het kind zwaarder weegt dan 13 kg, of met het hoofd boven de rand van het zitje uitsteekt. Schakel niet te vroeg over, want tot de leeftijd van 15 maanden is het veiliger om kinderen tegen de rijrichting te vervoeren. Dat heeft te maken met de lichaamsbouw van jonge kinderen: hun hoofd is relatief groot en zwaar in vergelijking met de rest van het lichaam, de tengere nek is niet bestand tegen de sterke krachten die bij een botsing optreden. Door de baby tegen de rijrichting te vervoeren, wordt de klap bij een botsing verdeeld over de hele rug. Dat verkleint het risico op zware letsels met wel 90%.

6 – Ik merkte dat er verschillende sluitingssystemen bestaan bij de gordeltjes, wat zijn de voor- en nadelen hiervan?

Baby’s en peuters/kleuters worden meestal in hun zitje vastgeklikt met een vijfpuntsriem. Die riempjes kun je afzonderlijk verstellen zodat ze op de juiste plaats komen en er geen te grote speling op zit (er wordt aangeraden om niet meer dan één centimeter speling te laten). Het belangrijkste is dat de sluiting stevig vastzit en dat je kind die niet gemakkelijk kan lospeuteren.

7 – Wanneer maak je best de switch van een autostoel naar enkel een zitje?

Wanneer je kind het maximale gewicht voor het stoeltje heeft bereikt, of met zijn hoofd boven de rand uitkomt. Kies bij voorkeur een zitje met ingebouwde hoofdsteun, dat is veiliger en voorkomt dat het kind bij een zijdelingse aanrijding met het hoofd opzij slaat.

8 – Tot welke leeftijd of grootte is een zitje verplicht?

Tot je kind 1,35 meter groot is, vanaf dan mag je het gewoon met de gordel vastklikken. Het is echter veiliger om je kind in een aangepast zitje te vervoeren tot 1,50 meter, op voorwaarde dat het maximale gewicht voor dat zitje niet bereikt is. Leeftijd op zich is geen criterium, de wetgeving geldt voor alle kinderen tot 18 jaar.

9 – Wanneer zo’n zitje gebruikt wordt is het schuine deel vaak hinderlijk voor de kinderen, is deze een must of mag dit ook achter de rug geplaatst worden?

Neen, want het diagonale deel van de gordel is absoluut nodig om je te beschermen bij een ongeval, de gordel achter de rug of onder de arm door laten lopen levert extra risico op! Als een verhogingskussen goed is geïnstalleerd en correct wordt gebruikt, zal het diagonale deel van de gordel trouwens geen hinder veroorzaken. Het is net de bedoeling dat de gordel met het verhogingskussen op de juiste plaats komt te zitten: het diagonale deel plat over de schouder (niet in de hals) en het heupgedeelte over de heupen (niet over de buik).

10 – Als laatste een vraag die waarschijnlijk buiten de campagne valt, maar zijn er nuttige tips voor kinderen die snel autoziek worden?

Een goede remedie tegen wagenziekte is het kind naar buiten laten kijken zodat het de bewegingen van de auto mee kan volgen. Dat lukt het beste als het kind voorin zit. Alles wat de blik afleidt van buiten (lezen, smartphone bekijken,…) kan de wagenziekte verergeren. Verder: niet te zwaar eten voor vertrek, niet snoepen, frisse lucht, af en toe even stoppen om de benen te strekken… Tot de leeftijd van ongeveer twee jaar hebben kinderen eigenaardig genoeg geen last van wagenziekte

Heb je nog vragen? Neem een kijkje op BELOOFD! of check de Facebookpagina.

Credits voor de prachtige jeep foto aan Dimi, founding father van Vaderklap.
Advertenties

3 thoughts on “BELOOFD!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s